Basisbegrippen van de IT 2010
|
Module Naam
|
Basisbegrippen van informatietechnologie
|
|
Modulecode
|
BASIS 2010
|
|
Doel
|
Kennismaken met enkele van de voornaamste basisbe-
grippen van IT op een algemeen niveau; de opbouw van de PC, zowel van de hardware als van de software en gegevensopslag en geheugen. Begrijpen hoe informatienetwerken worden gebruikt in de computerwereld en op de hoogte te zijn van het nut van toepassingen van computersoftware in het dagelijks leven. Kennis van gezondheids- en veiligheidsaspecten evenals enkele milieufactoren met betrekking tot het gebruik van computers verkrijgen. Daarnaast bekend raken met enkele van de voornaamste aspecten van beveiliging en wetgeving die samenhangen met het ge-bruik van computers.
|
|
Doelgroep
|
Elke kandidaat voor de ECDL-opleiding en iedereen met elementaire kennis van Windows, die meer kennis wil opdoen omtrent de werking van een pc.
|
|
Inhoud
|
- Computers
- Hardware
- Software
- Toepassing
- Communicatienetwerken en Internet
- Beveiliging
- Ergonomie
|
|
HBO-Niveau
|
Propedeuse
|
|
Aantal ECTS voor HBO
|
0,5
|
|
I-Tracks Niveau
|
Foundation
|
|
Plaats binnen ECDL
|
ECDL 2010
|
|
Contacttijd
|
1 dagdeel van 3 klokuren
|
|
Examinering
|
One-line examen van 35 minuten met 30 meerkeuze- en aanwijsvragen.
|
|
Literatuur
|
Microsoft Office 2010 – Basisbegrippen
ISBN 90-76939-03-1
E3 ICT, Maastricht
|
|