Onderwijsprogramma

 

In het onderwijsprogramma is een fasering aangebracht die de studenten de mogelijkheid biedt om zich gaandeweg te ontwikkelen tot het bachelor-niveau. Het bachelor-niveau wordt internationaal beschreven door middel van de zogenaamde Dublin descriptoren1:

• kennis en Inzicht (K, I);

• toepassen kennis en inzicht (T);

• oordeelsvorming (O);

• communiceren (C);

• leervaardigheden (L).

 

onderwijsprogramma 

In figuur 1 is een weergave te zien van de relatie tussen de Dublin descriptoren en de fasering van het onderwijsprogramma van hogeschool E3. Dublin descriptoren

 

Propedeuse
In de propedeuse fase wordt de nadruk gelegd op de theoretische basis (foundation) die
nodig is om het bachelor niveau te behalen.


Hoofdfase
In de hoofdfase komt het Toepassen van kennis en inzicht (advanced) in aan bod en
wordt de basis gelegd voor Oordeelsvorming. De methoden en technieken voor
Communicatie en Leervaardigheden worden in deze fase zelfstandig toegepast.

Afstudeerfase
In de laatste fase van het onderwijsprogramma moet de student in staat zijn om
zelfstandig een keuze (O) te maken uit alle methoden en technieken (K, I, T) die
hij/zij zichzelf heeft eigengemaakt (L) tijdens de studie (expert). Tevens moet de
student in staat zijn deze werkzaamheden op de juiste manier uit te voeren of uit te
besteden. De resultaten moeten op de juiste manier en in de juiste vorm gepresenteerd
worden (C) aan de opdrachtgever.


Het totale (theoretische) onderwijsprogramma is dusdanig opgebouwd dat alle onderdelen
van de system life cycle voor informatiesystemen aan bod komen. Daardoor wordt de
inzetbaarheid in het bedrijfsleven vergroot en daardoor neemt de kans op werk toe.


De lesuren worden in overleg met de student vastgesteld, er kan dus zowel overdag als
in de avond (deeltijdonderwijs) onderwijs gevolgd worden.


De werkervaring uit het studieprogramma bestaat nagenoeg geheel uit het opdoen van
ervaring in de praktijk door middel van werkervaring/stage. Het is dus mogelijk ‘een
baan in te brengen’. De baan wordt dan gezien als stageplaats zodat, indien aan alle
voorwaarden is voldaan (zoals het maken van een stageverslag en afstudeerscriptie), de
baan net als de stage een onderdeel vormt van het bachelordiploma.